De ongeschreven schrijfwijzer

Column Marc ter Horst

Een nieuw project, bij een nieuwe uitgever. We waren halverwege het geharrewar over voorschotten en royalty’s, dus hoogste tijd om te beginnen. Daar waren de documenten al, met bestandsnamen die klonken als de liefdesbaby van twee Starwarsrobots. Ze gaven een aardig idee van de complexiteit van het project. Versie tig van paragraaf zoveel van hoofdstuk dit van leerjaar dat van stroom dinges en dan nog wat initialen en een datum erbij… hartelijk welkom nieuwe auteur!

Gelukkig is er dan altijd nog de schrijfwijzer. Rots in de branding van elke educatief auteur en schoolvoorbeeld van het fenomeen groeidocument. In de praktijk is die rots dus niet zo stevig. Om over de overzichtelijkheid nog maar te zwijgen. Command-F is mijn beste vriend in de meeste schrijfwijzers. Want door de talloze versies is van enige logica in de indeling meestal geen sprake. En van consequente namen al helemaal niet. Was het leerboek nou hetzelfde als het leerlingenboek of ben ik in de war met het lesboek annex het informatieboek formally known as bronnenboek?

Je begrijpt dat ik even opgelucht als teleurgesteld was toen de nieuwe uitgever helemaal geen schrijfwijzer bleek te hebben. Terwijl de omvang van het project daar toch alle aanleiding toe gaf. De oplossing was kinderlijk eenvoudig. Mijn eindredacteur nam telefonisch de gestuurde documenten met me door, vertelde welke stijlen ik het meest zou gebruiken en klonk hooguit een keer of twee als een voice-over die een regel uit de bekende schrijfwijzers citeerde. Vervolgens leefde ik me uit op versie 1, mocht ik in versie 2 goedmaken wat ik in versie 1 over het hoofd had gezien en leerde ik uit de geredigeerde versie hoe het echt had gemoeten.

Ik zal niet zeggen dat zo’n telefonische privé schrijfwijzer nou de ultieme oplossing is. Daarvoor ken ik het systeem nog te kort. Maar dat de meeste pagina’s van de schriftelijke schrijfwijzers volstrekt overbodig zijn is me al wel duidelijk.