Nieuws

Maak kennis met je collega: Marian van Gog

15 september 2017

Naam: Marian van Gog
Educatief auteur sinds: 1997
Status: Fulltime, ik werk als zelfstandige (ZZP-er/ eigen bedrijfje)
Specialisatie: Basisonderwijs, zaakvakken, lezen, taal en verkeer. Ik maak daarnaast (educatieve) verhalen, gedichten en liedteksten
Website: www.jijleesttochook.nl

Wie ben je en wat doe je?

Tja, ik denk dat ik een beetje een schrijf-aholic ben. Ik heb altijd al geschreven, van jongs af aan. Ik kom niet uit het onderwijs, maar uit de journalistieke hoek. Heb oorspronkelijk HBO-chemische techniek gedaan, maar kon daar mijn ei niet in kwijt. Ben voor allerlei bladen gaan schrijven en kwam via een collega in aanraking met een educatieve uitgeverij. Dat vond ik geweldig. Ik heb wel wat cursussen gedaan en me in het begin goed laten begeleiden. Nu ben ik niet alleen educatief auteur maar ook (eind)redacteur, hoofdauteur of hoe een uitgever het dan ook noemt. Ik ben dan verantwoordelijk voor (een deel van) een methode, begeleid auteurs en maak de eindversies.

Hoe ben jij begonnen als educatief auteur?

Op een dag stond er een uitgever voor mijn deur. De collega waar ik het over had, had mij ‘aangeraden’ en de uitgever kwam eens praten. We waren het al snel eens: ik ging het proberen. En dat bleek dus een succes, ik ben nooit meer opgehouden. In die tijd ging alles anders dan nu: er stond minder druk op. Er was meer tijd om een methode te maken, waardoor je meteen een heel leerjaar kon schrijven. Tegenwoordig worden er meer auteurs op één leerjaar gezet, omdat het allemaal sneller klaar moet. Dat is soms wel jammer, want tegen de tijd dat je er net lekker in zit, is het vaak al afgelopen.

Voor welke onderwijstypen schrijf jij?

In principe schrijf ik voor het hele basisonderwijs, van groep 1 t/m 8. Ook voor kinderen die wat minder snel of juist sneller leren. Alle groepen vind ik leuk, ik weet goed wat bij elke leeftijd past. Ik schrijf ook kinderboeken en kom daardoor vaak op scholen en dat is beslist een pre. Overigens ga ik in oktober beginnen met lessen voor het VMBO.

Schrijf je vooral alleen of in een team?

Als auteur schrijf ik eigenlijk het liefst alleen. Er is een trend om in tweetallen elkaars werk te lezen en te beoordelen. Daar ben ik niet zo voor. Er is altijd een (eind)redacteur en die heeft ook zijn eigen mening. Heb je net samen besloten dat het meer naar links of naar rechts moet, zegt die redacteur weer wat anders. Ik ga liever op mijn eigen gevoel af en voel al snel aan wat de redacteur wil. Als je met anderen werkt die weer andere ideeën hebben, geeft dat alleen maar onrust.

Als hoofdauteur werk ik uiteraard wel graag met een team. Ik vind het dan een uitdaging om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen en de eindversies zo te bewerken dat het niet meer opvalt dat er verschillende auteurs aan hebben gewerkt. Maar dan ben ik de eindverantwoordelijke en dat is een heel andere tak van sport.

Hoeveel tijd besteed je aan het schrijfwerk?

Te veel. Ik werk veel meer dan 40 uur in de week, ben vaak in de avonduren nog bezig en in de weekenden. Eigenlijk moet (wil) ik minderen, maar ik heb altijd veel werk. En ik ben niet gauw tevreden. Ik schrijf best snel, maar ik lees elke zin twee keer en er gaat altijd nog een stofkam doorheen. Als (eind)redacteur zie ik vaak dingen waarvan ik denk: als je het nog eens had doorgelezen, had je dit zelf gezien. Dat gaat mij dus niet gebeuren.

Hoe kom jij aan je opdrachten? Heb je algemene tips daarvoor?

De opdrachten komen altijd vanzelf. Ik heb nog nooit acquisitie gedaan. Ik wil eigenlijk minder gaan werken, maar het werk komt gewoon mijn kant op. Maar zit je zonder werk? Neem dan gewoon contact op met een uitgever. Er is altijd kans dat er een plekje vrij is. Bied aan om een proefopdracht te maken. Dat komt altijd sympathiek over.

De verschuiving van papier naar digitaal gaat snel. Wat betekent dat voor de educatieve auteur?

Digitaal materiaal is anders. Maar minstens zo leuk. Het gaat vaak om kortere teksten, er is weinig ruimte voor gezellige introductiezinnen. Opdrachten kunnen vaak niet open zijn, maar op zich is dat niet zo erg. Het is anders, directer. Maar folio gaat ook steeds meer die kant op. Veel uitgevers willen hun folio een-op-een kunnen overzetten, dus dan houd je er meteen al rekening mee. En bij elke uitgeverij is het anders: bij de een kan gewoon meer omdat ze meer digitale mogelijkheden hebben (lees: er meer geld in willen steken).

Wat vind je het leukst aan schrijven?

De wereld is leuk, mooi en soms best wel ingewikkeld. Kinderen weten dat allemaal nog niet. Ik vind het leuk om ze mee te nemen op ontdekkingsreis. Om een ‘saai’ vak zo te brengen dat ze het interessant gaan vinden. Goede opdrachten maken vind ik ook heel leuk. En heel belangrijk. Ik zie in materialen vaak heel flauwe vragen, waarvan ik denk: wat moet een kind dáár nou op antwoorden. Als ik redacteur ben, worden die dan ook beslist geskipt.

Wat vind je het vervelendst?

Een redacteur die niet duidelijk is. Of die eerst een paar vage opmerkingen heeft en dan in een tweede ronde opeens nog meer. Dat vind ik onnodig. Ik wil gewoon alles in één keer weten. Zo werk ik zelf ook als redacteur. Ik heb vaak veel opmerkingen, maar ik denk ook altijd mee aan oplossingen. Als een redacteur iets anders wil, wil ik precies weten wat anders moet, waarom en hoe het dan wel moet. Dat zeg ik als redacteur dan ook altijd heel duidelijk. Ik zeg ook: het is geen kritiek, maar ik zit hier niet voor niets. Samen maken we er wat moois van. Dat verwacht ik van een redacteur dus ook. Het moet ook consequent zijn. Niet de ene keer zus en de andere keer zo. In principe moet de feedback zo duidelijk zijn dat versie 2 altijd een eindversie kan worden. Is dat niet het geval, dan heeft de redacteur zijn werk niet goed gedaan.

Heb je nog een tip voor je collega educatief auteurs?

Zorg voor goed en verzorgd werk. Iedereen kan zichzelf educatief auteur noemen, zorg dus dat je in positieve zin opvalt. Zet de tekstgrootte terug naar 100%, zodat een redacteur niet wordt overvallen door koeienletters. Gebruik geen verschillende lettertypes of kleuren door elkaar. Wees zuinig met vet, cursief of onderstreept.

Lees je werk altijd nog eens door, iedereen maakt wel eens een foutje of verschrijving, maar zelf haal je het meeste er dan al uit. Er mag van je verwacht worden dat je goed Nederlands schrijft. Niet alleen in spelling, maar ook in zinsbouw.

Ga kijken op scholen. Wat kan, wil en interesseert je doelgroep? En wat wil de leerkracht?

Onderhandelen over geld is goed, maar laat eerst zien wat je kunt. Dan sta je ook sterker in de onderhandelingen.

Op royalty-basis werken is vaak prima. Maar vraag altijd een voorschot. Dat wordt van de royalty’s afgetrokken, maar als een uitgever over de kop gaat of plotseling toch niet tot uitgave overgaat (en heus, dat gebeurt wel eens) dan heb je in elk geval niet voor niets gewerkt.