Burgerschap en leermateriaal

Door Tom van der Geugten

Veel niet duidelijk

‘De docent maatschappijleer leert ons ook wel wat er in het boek staat, maar daaromheen moeten we veel dingen zelf doen en nadenken. Anders weet nog maar de helft van de leerlingen waar het over gaat.’1  Aan deze uitspraak van een leerling van het Minkema College in Woerden moest ik denken toen mij onlangs ter ore kwam dat de SLO bezig is met de analyse van leermiddelen VO met betrekking tot burgerschapsvorming. Het was voor mij aanleiding me te verdiepen in de vraag wat educatieve auteurs hiermee te maken hebben.

Het vlot niet erg met de burgerschapsvorming. Vanaf 2006 zijn scholen wettelijk verplicht actief burgerschap en sociale integratie bevorderen, maar over de invulling ervan verschillen de meningen en is veel niet duidelijk. Van verschillende kanten wordt gepleit voor meer duidelijkheid en een gemeenschappelijke basis, maar sommige politieke partijen, schoolbesturen en belangenorganisaties zijn daar vanuit hun interpretatie van de vrijheid van onderwijs op tegen. Op de SLO-site is te lezen: ‘De verschillen van inzicht verklaren waarom in landelijke leerplankaders nog weinig is vastgelegd over burgerschap. Behalve in de kerndoelen voor het (v)so komt het nergens expliciet aan de orde. In de praktijk moeten veel scholen en leraren daardoor zelf het wiel uitvinden.’

Volgens Jeroen Bron (SLO) weten scholen vaak niet wat ze precies moeten. Burgerschap is een thema dat actueel is gebleven, maar wel telkens anders wordt benaderd. Bij de invoering was het een antwoord op de afbraak van de cohesie, en op de problemen in de multiculturele samenleving. De laatste jaren gaat het vaak over radicalisering en conflicthantering, maar komt er ook weer aandacht voor de basiswaarden van de democratische samenleving.’2

Mogelijk en wenselijk

Volgens Bron moeten basisscholen niet meteen grijpen naar nieuwe lespakketten en methoden, maar eerst inventariseren wat ze al doen. Maar misschien is het nog niet zo’n gek idee als leraren in eerste instantie ook kijken naar hun leermateriaal. Al in 2006 onderzocht SLO verkennend wat in leermiddelen po staat met betrekking tot burgerschapsvorming3.

Toen werd vastgesteld dat er een groot aanbod bestaat aan materialen, projecten en praktijkbeschrijvingen die gerelateerd zijn aan aspecten van burgerschapsvorming. ‘Het gaat hierbij zowel om onderdelen van methoden, aanvullende lesmaterialen als schoolbrede projecten. Het is niet te verwachten dat een lespakket of project alle aspecten van burgerschapsvorming zal dekken. Voor gebruikers is het van belang ondersteunende materialen te selecteren op basis van eigen visie en gestelde doelen. Nader onderzoek naar doel, middel en effect van het beschikbare aanbod is gewenst.’

In 2017 begon SLO met een nog niet gepubliceerd onderzoek van leermiddelen vo aan de hand van een analyseinstrument. Naast de vraag welke visie op burgerschapvorming in het leermateriaal wordt vermeld, bevat het instrument een erg lange lijst van begrippen zoals: rechtsstaat, waarden en normen, verschil tussen plagen en pesten, verschil tussen zelfbeeld en imago, verplaatsen in een ander, seksuele diversiteit, duidelijk maken dat je wenst serieus te worden genomen, problemen benoemen en bespreekbaar maken en activiteiten waarbij de buitenwereld betrokken is.

Volgens SLO is er heel veel mogelijk als het gaat om de bijdrage van regulier leermateriaal aan burgerschapsvorming en kennelijk vindt SLO die bijdrage ook wenselijk. Voor educatieve auteurs is het in elk geval iets om serieus rekening mee te houden.

Bronnen
1 H. Hieuwelink e.a., Onderwijs in burgerschap, wat scholen kunnen doen, Kohnstamm Instituut, Amsterdam 2016, http://www.kohnstamminstituut.nl/assets/ki967.pdf)
2 Annette Thijs, Burgerschapsvorming in leermiddelen primair onderwijs, SLO 2006, http://downloads.slo.nl/Repository/burgerschapsvorming-in-leermiddelen-primair-onderwijs.pdf
3 Somajeh Ghaemina, ‘Wat is een goede les in burgerschap’, in: Trouw (1 juli 2015), https://www.trouw.nl/home/wat-is-een-goede-les-in-burgerschap-~aa00f3dc/