Reprorecht

Je hebt teksten geschreven en gepubliceerd. Er is een grote kans dat je materiaal wordt gekopieerd. Dat mag – tot op zekere hoogte. Tot op welke hoogte lees je op de site van Onderwijs & Auteursrecht. Voor het bij wet en AMvB toegestane kopiëren van informatie uit boeken, tijdschriften, kranten en andere publicaties betalen overheids- en onderwijsinstellingen, bedrijven en andere organisatie een vergoeding. Die wordt geïnd door auteursrechtenorganisatie Stichting Reprorecht. De uitkering van de reprorechtvergoeding voor school- en studieboeken verloopt via de uitgever.

De Auteurswet is er om de rechten van auteurs te beschermen. Zo is voor het kopiëren uit boeken, kranten en tijdschriften in principe toestemming vereist van de auteursrechthebbende makers (bijvoorbeeld schrijvers, fotografen en uitgevers). De Auteurswet maakt echter een uitzondering voor het onderwijs.

Het is toegestaan om, zonder voorafgaand aan alle betrokken auteursrechthebbenden toestemming te hoeven vragen, korte gedeelten en losse artikelen uit kranten, tijdschriften, boeken en ander auteursrechtelijk beschermd werk ter toelichting bij het onderwijs te fotokopiëren of digitaal te hergebruiken op voorwaarde dat er een vergoeding wordt betaald aan de auteursrechthebbenden op deze werken, zoals de schrijvers, fotografen en uitgevers (de ‘auteursrechthebbenden’).

De Minister van Justitie heeft Stichting Reprorecht aangewezen als de enige instantie verantwoordelijk voor de inning van reprorechtvergoedingen. Hiermee is één loket gecreëerd voor overheids- en onderwijsinstellingen, ondernemingen en andere organisaties. Als centraal loket faciliteert Stichting Reprorecht het maken van losse kopieën op een eenvoudige manier. Een eerlijke vergoeding voor de makers, met zo min mogelijk administratieve last voor de bedrijven en instellingen die kopiëren: dat is het uitgangspunt van alle regelingen van Stichting Reprorecht.