Nederlandse inzendingen Astrid Lindgren Memorial Award

De Schrijverscentrale, Toon Tellegen, Marit Tornqvist en de Internationale Jugendbibliothek in München zijn door de Auteursbond gekozen als inzending voor de prestigieuze Astrid Lindgren Memorial Award. De jaarlijkse Astrid Lindgren Memorial Award  wordt toegekend aan ‘werk van de hoogste kwaliteit, en in de geest van Astrid Lindgren’. Dat kan werk zijn van een schrijver, een illustrator of een lees-bevorderende instelling of persoon. De Schrijverscentrale  is voorgedragen de categorie lees-bevorderende instelling. Toon Tellegen vertegenwoordigt Nederland in de categorie schrijvers. Marit Tornqvist is voorgedragen als buitenlandse auteur/illustrator, en de Internationale Jugendbibliothek in München als buitenlandse lees-bevorderende instelling.

Het contact tussen auteurs en lezers, vooral auteurs en kinderen is van wezenlijk belang voor cultuureducatie. Daarom is De Schrijverscentrale  voorgedragen, die een onmisbare plaats inneemt in de verspreiding van literatuur en kennis van literatuur, door het organiseren van duizenden bezoeken van auteurs aan scholen en andere instellingen. Een instituut als de Schrijverscentrale is uniek in de wereld.

Toon Tellegen is vooral bekend met zijn wonderlijke en filosofische korte verhalen over dieren, maar hij produceert ook gedichten en romans. Zijn werk is zowel voor kinderen als volwassenen interessant. Het behandelt alle aspecten van leven en dood, is toegankelijk, maar heeft ook diepgang en biedt ruimte voor interpretatie.

Marit Törnqvist is niet alleen voor haar schitterende teksten en illustraties voorgedragen, maar ook voor haar baanbrekende, door kunst en liefde gedragen werk voor vluchtelingen over de gehele wereld.

De Internationale Jugendbibliothek is de grootste kinderboekenbibliotheek ter wereld, en een wereldwijd erkent kenniscentrum.

De kandidaten worden voorgedragen door internationale organisaties die zich bezighouden met kinder- en jeugdliteratuur. In Nederland mogen naast de Auteursbond mogen ook IBBY, het Letterenfonds, SQWBI en Guus Kuijer, de prijswinnaar uit 2012, genomineerden voordragen. De winnaar van de Astrid Lindgren Memorial Award wordt volgend jaar bekend gemaakt.

Schrijvers vragen aandacht voor auteursrechten

23 april is de Internationale Dag van het Boek en de Auteursrechten. Om de aandacht te vestigen op auteursrechten, rechten die van levensbelang zijn voor álle schrijvers, werd in opdracht van de Auteursbond een filmpje gemaakt met in de hoofdrollen Mano Bouzamour en Franca Treur.

Tijdens een vrolijke fietstocht door Amsterdam ontmoeten ze Kluun, Maria Goos, Isa Hoes en Hanna Bervoets en doen ze een bijzondere ontdekking. ‘Auteursrechten krijg je niet cadeau,’ luidt de clou. Het script van de film, waarin volop wordt verwezen naar hoogtepunten uit de Nederlandse cinema en literatuur, werd geschreven door Karin van der Meer en de regie was in handen van Pieter Bart Korthuis.

Legaal aanbod

Auteursrecht staat wereldwijd onder druk. Door digitalisering, illegale verspreiding van content en onduidelijke regelgeving lopen schrijvers en vertalers inkomen mis. Voor steeds meer auteurs wordt het moeilijker om te leven van hun werk. Als beroepsvereniging lobbyt de Auteursbond voor eerlijke vergoedingen, betere wetgeving en duidelijke afspraken met exploitanten. De Auteursbond roept ook consumenten op om te kiezen voor een legaal aanbod. Vorig jaar verscheen hierover een ander spotje met o.a. Arthur Japin, Jessica Durlacher en Alma Mathijsen.

Wereldboekendag

De Internationale Dag van het Boek en de Auteursrechten, ook bekend als Wereldboekendag, is een evenement dat jaarlijks wordt gehouden door UNESCO ter promotie van het lezen en auteursrechten. 23 april is een symbolische datum in de literaire wereld, want in 1616 stierven op deze dag drie van de grootste schrijvers van hun tijd: Miguel Cervantes, William Shakespeare en Inca Garcilaso de la Vega.

Alternatieve inkomstenbronnen

De dood van de literatuur en het einde van het boek zijn al vaak aangekondigd. Maar ondanks deze sombere voorspellingen constateert de Raad voor Cultuur in zijn advies ‘De daad bij het woord’ dat de wereld van de letteren en bibliotheken springlevend is. Het lezen verandert weliswaar en het aantal boekenlezers neemt voortdurend af, maar er blijft een onuitroeibare behoefte bestaan aan het vertellen, lezen of beluisteren van verhalen.

In zijn advies heeft de raad de belangrijkste ontwikkelingen binnen de letterensector op een rij gezet en geanalyseerd. Kort samengevat: het boekenvak herstelt zich na zeven crisisjaren; de raad ziet nieuwe initiatieven opbloeien in de uitgeverij, de boekhandel, de bibliotheek en op literaire podia; het ‘sociale lezen’ is in opkomst, leesclubs – online en offline – floreren.

Een punt van grote zorg blijft het geringe leesplezier onder jongeren en de dalende leestijd, ook onder jongvolwassenen. Het thuismilieu speelt hierin een bepalende rol. Wie opgroeit in een huis zonder boeken, als kind zelden werd voorgelezen en zijn ouders niet ziet lezen, kan op school en in zijn latere leven steeds moeilijker voor de letteren gewonnen worden.

Voor een gezonde toekomst van de sector is de inbreng van ouders, bevlogen leesambassadeurs in het onderwijs en de bibliotheek, dus van cruciaal belang. De raad constateert dat initiatieven voor leesbevordering op dit moment onvoldoende effectief zijn. Die zouden meer moeten aanhaken bij de cultuur van de niet-lezer. Maak bijvoorbeeld gebruik van games, speel in op populaire fantasy-series als ‘Game of Thrones’ of haak aan bij de spoken word- scene die er wel in slaagt om jonge mensen enthousiast te maken voor de letteren.

Alternatieve inkomstenbronnen

Daarnaast ziet de raad dat auteurs en vertalers steeds moeilijker hun brood kunnen verdienen (in 2014: gemiddeld bruto jaarinkomen 6.500 euro onder modaal). Steeds vaker moeten zij op zoek naar alternatieve inkomstenbronnen, ook buiten het letterenveld. Zij vormen zich bijvoorbeeld om tot literaire performers, geven schrijfcursussen of schrijven jaarverslagen voor een bank of verzekeraar. Literaire festivals hebben helaas vaak onvoldoende middelen om de optredende schrijvers fatsoenlijk te kunnen betalen.

Ook vraagt de raad aandacht voor de afnemende fijnmazigheid van het bibliotheeknetwerk. Bibliotheken hebben moeite zich te handhaven, vooral in dunbevolkte gebieden. De ‘aanrijtijd’ is in veel gemeenten toegenomen. De raad roept gemeenten en provincies op om te zorgen voor een hoogwaardige bibliotheekvoorziening met een palet aan functies op het gebied van onder meer ‘lezen en literatuur’, ‘ontwikkeling en educatie’ en ‘ontmoeting en debat’. Veel bibliotheken missen expertise, personeel en geld om hieraan invulling te geven. Een goed ingerichte bibliotheek is een basisvoorwaarde voor de ontwikkeling en het behoud van geletterdheid.

De raad doet in zijn advies een dringende oproep aan de sector om lezers met uiteenlopende culturele achtergronden aan te spreken. Het is onaanvaardbaar dat een steeds groter deel van de Nederlandse bevolking zich niet kan herkennen in de literaire producten die er in het eigen taalgebied worden gemaakt. Schrijfopleidingen zouden daarom actiever op zoek moeten gaan naar studenten met een cultureel diverse achtergrond, en uitgeverijen zouden hiermee meer rekening moeten houden bij de werving van nieuwe auteurs.

Lees het rapport.

Stuur jouw stuk in voor Toneelschrijfprijs 20180

Nieuwe toneelteksten, die in het seizoen 2017-2018 (tussen 1 juli 2017 en 1 juli 2018) in première zijn gegaan, kunt worden ingezonden voor de Toneelschrijfprijs 2018.

De Taalunie Toneelschrijfprijs heet vanaf 2018 – kort en krachtig – de Toneelschrijfprijs. Deze prijs heeft als doel de Nederlandstalige toneelschrijfkunst en de opvoering van Nederlandstalig toneelwerk te stimuleren. De prijs bedraagt 10.000 euro en wordt uitgereikt aan de auteur van een oorspronkelijk Nederlandstalig toneelwerk. Kinder- en jeugdtheater zijn nadrukkelijk inbegrepen. De prijs geeft een auteur de kans om zijn of haar schrijverschap verder te ontwikkelen.

Vanaf dit jaar zetten naast de Taalunie ook het Fonds Podiumkunsten / Nederlands Letterenfonds en het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL) hun schouders onder dit initiatief. Het VFL en het Fonds Podiumkunsten/Nederlands Letterenfonds staan in voor de praktische organisatie. De Taalunie blijft een financierende rol spelen. Deze verschuiving past in het kader van de intensievere samenwerking tussen deze partners voor de promotie van de Nederlandstalige literatuur en toneelschrijfkunst binnen het volledige taalgebied.

Lees meer >

Dankjewel Janne, welkom Marloes

Na ruim 12 jaar heeft Janne Rijkers besloten dat de tijd rijp is voor een nieuwe uitdaging en gaat zij werken in het hart van de democratie voor de Tweede Kamer. Op 8 maart hebben we op informele wijze Janne uitgezwaaid. In Café Eik en Linde kreeg Janne veel lof toegezwaaid van Maria Vlaar, Annemarie van Toorn, Jan Boerstoel en René Appel. Martine Woudt, Elly Schippers en Jeroen Thijssen vertolkten een speciaal voor de gelegenheid geschreven lied. We namen niet alleen afscheid van een zeer gewaardeerde collega, maar ook een beetje van de Vereniging van Letterkundigen. We bedanken Janne voor haar grote inzet voor de vereniging.

Janne wordt opgevolgd door twee nieuwe medewerkers. Marloes van Rossum is per 1 maart 2018 in dienst getreden als juridisch medewerker. Marloes heeft brede ervaring als contractjurist en zal zich onder meer bezig houden met contractadvies aan leden van de Auteursbond. Marloes is bereikbaar bij de Auteursbond op maandag, woensdag en donderdag.

Met ingang van 1 juni 2018 komt Iris Roelands de Auteursbond versterken als juridisch beleidsmedewerker. Iris is gespecialiseerd in auteursrecht en heeft haar sporen verdiend in de audiovisuele sector. In de nieuwsbrief van mei stellen we Iris aan u voor.

De ‘literaire dossiers’ heeft Janne overgedragen aan Annemarie van Toorn.

Annemarie werkt op dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag.

Hans van Hechten over zijn tijd als bestuurder

Vanaf 1989 tot eind 2017 is Hans van Hechten bestuurlijk actief geweest bij wat indertijd de VvL heette, nu de Auteursbond. Met zijn vertrek uit het bestuur van het Sociaal Fonds Letterkundigen komt het einde aan deze lange, productieve periode. We vroegen Hans wat van zijn herinneringen op papier te zetten.

Hoe is dat allemaal begonnen?

In 1987 volgde ik een cursus scenarioschrijven op uitnodiging van de NOS. Ik had wat hoorspelen geschreven en op basis daarvan werd ik geacht me ook te bekwamen in het schrijven van scenario voor TV. De cursus werd gegeven door Hugo Heinen en Rutger Jan Achterberg. Hugo kende ik nog vanuit mijn studententijd. We waren toen allebei actief op toneelgebied. Het was bijzonder elkaar weer op deze wijze te ontmoeten en dit werd, zoals gebruikelijk in die tijd, rijkelijk gevierd met jenever en diepe gesprekken.

In die cursus raakte ik ook bevriend met een jonge schrijver Ad de Buck, die helaas op vroege leeftijd overleed, geveld door het aidsvirus. Samen met hem heb ik nog wel een poging gedaan om een opzet te maken voor een TV-serie. Het zou een parodie worden op de gezondheidszorg onder de titel ‘In vertrouwde handen’. De omroep aan wie wij het prachtige idee aanboden, zag er niets in. Ook later heeft het tussen mij en TV nooit echt geklikt. Wel heb ik dierbare herinneringen aan de samenwerking met Ad.

En niet te vergeten, de vriendschap met Hugo heeft verstrekkende gevolgen gehad.

Hij raadde me aan lid te worden van de VvL. Ik was toen begin veertig, toch al niet heel erg jong meer, maar toen wij de vergaderzaal in het Carlton betraden, zag ik alleen maar veel oudere en grijze schrijvers. Hugo fluisterde mij later in: “Toen jij die zaal binnenkwam, daalde de gemiddelde leeftijd met enorme sprongen.”

Dat was mijn introductie bij de VvL.

Werkgroep Dramaschrijvers

Er bestond in die tijd een werkgroep Dramaschrijvers. Ik bezocht een van de vergaderingen die toen voorgezeten werd door Jan Boerstoel. Eén bezoek was kennelijk genoeg voor Jan om mij uit te nodigen tot het bestuur van de werkgroep toe te treden. Ik kan mij niet herinneren dat ik iets gezegd heb bij die vergadering, maar kennelijk zag Jan iets in mij. Hoe dan ook, ik werd bestuurslid en na nog geen half jaar vroeg Jan mij om voorzitter te worden in zijn plaats. Dat was wel heel snel, maar toch, ik vond het eervol en begon vol enthousiasme. Het was wel een bijzonder plezierig bestuur, bestaande uit Ger Beukenkamp, Per Justesen, Karlijn Stoffels en later Hetty Heyting. Ger introduceerde mij al snel bij toneelgroep Toetssteen en ik heb daar vele mooie stukken mogen schrijven en regisseren. Ook met Karlijn heb ik nog steeds contact.

Ik kan mij herinneren dat ik soms niet goed wist hoe ik op allerlei vragen van de werkgroepleden moest antwoorden. Ik herinner me nog een vraag van een toneelschrijver waar ik geen raad mee wist. Die vraag luidde: “Hoe kan ik verbieden dat mijn toneelstuk gespeeld wordt?”  Gelukkig was Mette Meijer bij die vergadering aanwezig en die maakte duidelijk dat auteursrecht een verbodsrecht is. Weer wat geleerd!

In die tijd organiseerden wij een soort monsterproductie: De Nacht van het Hoogste Woord. Alle toneelschrijvers in Nederland werden uitgenodigd om gezamenlijk een toneelstuk te schrijven. Met de belofte dat het ook daadwerkelijk gespeeld zou worden. Een ambitieus plan. We hadden een jongeman aangesteld om dit allemaal te organiseren. Op een bepaald moment dreigde het hele project te stranden. De jongeman wilde geld zien en dreigde met een proces. Gelukkig heeft Hugo Verdaasdonk, toen voorzitter van de VvL, dit allemaal weten te keren. En tenslotte is dit gigantische toneelstuk toch gespeeld gedurende een hele nacht in Arnhem, onder de bezielende leiding van Agaath Witteman.

Maar er doemde nog een ander probleem op. Jan had mij niet voor niets voorzitter gemaakt. Er was in die tijd grote ontevredenheid over de manier waarop TV-scenarioschrijvers door de omroepen behandeld werden. Er bestonden zelfs geen aparte contracten. Je kreeg een velletje papier, een uitnodiging met een aanhangsel, de zogenaamde Algemene Bepalingen. Daar stond onder andere in dat je je instrument mee moest nemen naar de repetitie. Handig voor schrijvers.

Er waren al onderhandelingen met de omroepen, het zogenaamde HOCO-overleg. Daar waren wel juristen bij betrokken, ook van de schrijverskant (Rob du Bois, met wie ik later nog veel persoonlijk contact heb gehad, hij woonde bij mij in de buurt, maar is inmiddels overleden), maar die onderhandelingen waren buitengewoon moeizaam. Van omroepzijde was de onderhandelaar ene Bauke (Geertsen?). Deze Bauke werd alom gevreesd, zegde altijd vlak voor de bijeenkomsten af, zodat we hem nooit te zien kregen, en als er besluiten genomen waren, werden die door hem weer teruggedraaid. Een beschamende situatie, vind ik nog steeds. Wel werd ik geacht te overleggen met een van Bauke’s medewerkers, de heer Rolloos, die zijn naam eer aan deed. Wij bereidden samen de vergaderingen voor onder het genot van een gebakje in een lunchroom aan het Rokin, maar zoals gezegd het leidde tot helemaal niets.

De scenarioschrijvers waren terecht boos. Er werd een bijeenkomst georganiseerd, ook weer in dat chique Carltonhotel met sprekers als Aad Nuis en ongetwijfeld ook Kees Holierhoek. Ik heb die vergadering voorgezeten, inwendig wanhopig, want zelf geen TV-schrijver. Hoe moest ik dit allemaal in goede banen leiden? Wat een klus.

Die gesprekken met HOCO hebben geduurd tot 1994 voor zover ik kan nagaan. Uiteindelijk is er wel een standaardcontract tot stand gekomen, maar ook dat is na enkele jaren weer door de omroepen eenzijdig de nek omgedraaid. Een droevig verhaal.

Het Netwerk

In 1994 werd het Netwerk Scenarioschrijvers opgericht. Daarmee verdween ook de Werkgroep Dramaschrijvers. Ik nam zitting in het oprichtingsbestuur onder voorzitterschap van Willem Capteyn. Ik zou me in dit bestuur voornamelijk bezig houden met het hoorspel. We hebben zelfs op een bepaald moment besloten een actie voor behoud van het hoorspel op touw te zetten (1996). De politiek bleek weinig geïnteresseerd, alleen het CDA toonde belangstelling in de persoon van Maxime Verhagen. We hadden een plezierig gesprek met hem, maar dit heeft niet kunnen verhinderen dat het hoorspel nu vrijwel geheel verdwenen is.

Nieuw voor mij was dat dit bestuur nu ook werkgever werd. We moesten functioneringsgesprekken houden met de medewerkers, en vooral die met Lucette Bronk verliepen soms moeizaam. Ook bij haar aanstelling werden we geconfronteerd met lastige zaken. Lucette vertrok na een paar jaar, maar ook met haar opvolgster was het eveneens soms lastig onderhandelen.

VvL

Om het contact met de VvL te onderhouden werd ik afgevaardigd naar het VvL-bestuur. Daar heb ik een aantal jaren deel van uitgemaakt. Voorzitters kwamen en gingen: Alex Rijnders, de man met de pijp, Toine Duijckx korte tijd, Graa Boomsma die na een conflict met de vertalers vertrok en tenslotte Marijke Spies. Ik vond haar een verademing, de beste voorzitter die ik ooit heb meegemaakt. Samen met Wim Jurg heeft ze de VvL weer uit het slop gehaald. Merkwaardig genoeg voelde ik me in het literaire milieu van de VvL wat meer op mijn plaats dan tussen de scenarioschrijvers van het Netwerk. Samen met Thomas Verbogt organiseerde ik symposia voor toneelschrijvers. Tijdens het eerste symposium, in een bovenzaaltje van Eik en Linde, werd het plan geboren voor een standaardcontract ten behoeve van toneelauteurs. Samen met Kees Holierhoek en Thomas voerden we gesprekken met VNT in de periode 199-2002 en die hebben inderdaad geleid tot een nieuw te gebruiken standaardcontract.

In die periode hebben Thomas en ik een folder samengesteld met zakelijke informatie voor alle schrijvers binnen het theater. Het werd heel mooi vormgegeven door Suzan Beijer.

In 2003 ben ik vertrokken uit het VvL-bestuur. Marijke Spies gaf mij als afscheidscadeau de opdracht een jury samen te stellen voor de toneelprijs van het Charlotte Köhlerfonds. Samen met recensente Marian Buijs en dramaturg Ruud Engelander hebben wij met veel plezier het repertoire van het recente Nederlandse toneel doorgespit en tenslotte de prijs uitgereikt aan Rob de Graaf.

Werkgroep Theater

Een officiële werkgroep voor theater bestond nog steeds niet. In 2007 heb ik deze opgericht samen met Nirav Christophe. Later kwamen Sophie Kassies en Tom Sijtsma daar bij.  De Werkgroep Theater was een feit.

We organiseerden interessante symposia en de werkgroep is geworden tot een actief en zinvol onderdeel van de VvL, nu Auteursbond.

In 2012 ben ik opgestapt als voorzitter, omdat ik vond dat de werkgroep wel weer een nieuwe impuls kon gebruiken. Mijn opvolger Don Duijns heeft dat voortreffelijk gedaan.

Sociaal Fonds

Intussen werd ik gevraagd om bestuurslid te worden van het Sociaal Fonds Letterkundigen. Samen met Peter Smit in 2008 waren wij de nieuwe bestuursleden, toegevoegd aan de al zittenden  Else Flim, Bert Hollink en Hans van de Heuvel. Ik heb het mooi en interessant werk gevonden, niet in de laatste plaats omdat je met dit fonds zoveel schrijvers in nood kunt helpen. Soms was het lastig een beslissing te nemen, maar we kwamen er altijd uit.

Heel blij was ik met de nieuwe voorzitter Aad Kok. Er ging een andere wind waaien, vooruitstrevend en zakelijk. In het laatste jaar zijn er mooie ontwikkelingen geweest door de brainstormsessies die wij met Auteursbond en LIRA gehouden hebben.

Nu het zo goed ging met het Fonds vond ik de tijd rijp om mij terug te trekken. De belangrijkste reden  hiertoe is evenwel dat ik vond lang genoeg bestuurlijk werk te hebben verricht binnen VvL en Auteursbond. Het houdt een keer op.

Maar met dankbaarheid kijk ik terug.

Hans van Hechten

Freelancers optimistisch ondanks instabiel inkomen en wanbetalers

De gig-economie groeit wereldwijd zo hard, dat in 2020 bijna een op de vijf personen op freelance of projectbasis zal werken¹. In Nederland zijn er momenteel meer dan een miljoen zzp’ers. PayPal deed samen met Netfluential onderzoek naar freelancers die het grootste deel van hun werk via de computer en het internet doen. 85% daarvan verwacht dit jaar hogere of stabiele inkomsten, blijkt uit de resultaten van het Global Freelancer Insights Report dat PayPal vandaag in Nederland lanceert.

Ondanks optimisme en een markt met volop kansen, hebben freelancers nog altijd veel te maken met onzekerheden, zoals een onregelmatig inkomen en niet betaald worden door opdrachtgevers. In samenwerking met zzp-expert Jeroen Sakkers zet PayPal de trends voor Nederland op een rij. Jeroen Sakkers is initiatiefnemer van de Dag van de ZZP’er, de Freelancer Of The Year (FOTY) Awards, ZZP Barometer en feedbacktool Ratecard.

Verwachte groei in 2018

In het onderzoek geeft 52% van de freelancers aan dat hun werk het afgelopen jaar stabiel was en 24% zegt meer werk te zijn gaan doen. Bij de vraag hoe de verwachting van de toekomst is, geeft 46% van de freelancers aan dezelfde hoeveelheid werk te blijven doen. 39% verwacht het komende jaar erop vooruit te gaan. Sakkers: “Het zal freelancers de komende jaren nog beter vergaan dan tot nu toe. De freelancemarkt zal namelijk flink blijven groeien – zowel wat betreft het aantal online opdrachten als opdrachten op locatie. Bedrijven zijn voortdurend op zoek naar specialisten en deze zijn steeds vaker alleen op freelancebasis te vinden.”

Nederland versus buitenland

Nederlandse freelancers behoren tot de meest ervaren freelancers uit het onderzoek, met op dit moment een gemiddelde van zo’n acht jaar als eigen baas. Het gemiddelde van alle landen ligt op minder dan vijf jaar.

Nederlandse freelancers hebben in verhouding tot de andere landen ook andere informatiebehoeften en gewoonten als het gaat om het gebruik van hulpbronnen. Zo zijn online blogs en YouTube in andere landen populair, maar Nederlanders maken daar het minste gebruik van. In Nederland worden vakmedia (26%) het meest geraadpleegd voor informatie, wat in de andere landen gemiddeld (14%) juist het minst wordt gebruikt voor dit doeleinde.

Opvallend is dat van alle onderzochte landen, Nederlandse freelancers het meeste aangeven dat ‘het prima gaat zonder hulpbronnen’ (35%). Als ze informatie zoeken, zijn ze het meest geïnteresseerd in het vinden van nieuwe klanten (24%), advies over tarieven (17%) en het leren van nieuwe vaardigheden (17%). Sakkers: “Als freelancer ben je de ultieme specialist: je doet wat je leuk vindt en wat je goed kan. Je loopt echter het risico dat je wordt ingehaald door de concurrentie als je je niet verder ontwikkelt. Doe niet alleen maar opdrachten op hetzelfde niveau, maar investeer ook tijd en geld in opleiding. Zo zorg je ervoor dat je kennisleider op jouw gebied blijft en zal je – ook inhoudelijk – steeds verder groeien.”

Gezocht: getalenteerde essayisten voor de Joost Zwagerman-essayprijs

Dit jaar zal op 18 november, de verjaardag van Joost Zwagerman (1963-2015) voor het eerst de Joost Zwagerman Essayprijs worden uitgereikt. Deze prijs is een initiatief van de Van Bijlevelt-stichting en de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, uitgevoerd in samenwerking met de erven van Joost Zwagerman. De uitreiking vindt plaats in Alkmaar, waar die dag ook de Joost Zwagerman Lezing zal worden uitgesproken.

De prijs van € 7500 is bedoeld voor ‘aanstormend talent’: schrijvers die nog niet in boekvorm hebben gepubliceerd en geen vaste positie hebben in de media.

Het onderwerp van het essay is geheel vrij, de aanpak ook. Wetenschappelijke artikelen, onderzoeksverslagen en scripties worden niet als essays beschouwd, verhalend proza evenmin. Het maximum aantal woorden is 3000. Het essay moet onder eigen naam geschreven zijn.

De inzendingstermijn sluit op 30 juni 2018. De jury – Barber van de Pol, Maria Vlaar, Joost de Vries en Aleid Truijens (voorzitter) – kiest één winnaar en zal zich inspannen om het essay geplaatst te krijgen in een toonaangevend medium.

Inzendingen kunnen gemaild naar het secretariaat van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, mnl@library.leidenuniv.nl, ter attentie van Barber van de Pol.

Peter Meijer over financiële APK voor auteurs

Hoe ziet mijn financiële situatie er uit? Hoe zit het mijn pensioen? Dit zijn vragen die mensen vaak voor zich uit schuiven, ook schrijvers en vertalers. Om hier inzicht in te krijgen kunnen leden van de Auteursbond bij het P.C. Boutensfonds een financiële APK aanvragen.

De financiële APK is mogelijk vanaf €300. Ontvang persoonlijk professioneel advies op maat van een zelfstandig adviseur. Korting kan oplopen tot €1000.

Een van de adviseurs is Peter Meijer. In de Starbucks op Amersfoort Centraal vertelt hij over de praktijk van zijn werk. ‘Pensioen is voor velen een ver van hun bed show. Je krijgt soms een overzicht met getallen waarvan je zelf maar wat moet maken. Mijn taak is om het inzichtelijk en begrijpelijk te maken en er structuur in aan te brengen. Daarbij heb ik geen secundair belang. Ik geef advies, maar verkoop geen producten.’

Schrijvers en vertalers

‘De afgelopen jaren is er druk gekomen op veel subsidie voorzieningen, wat het een stuk uitdagender maakt om als schrijver je inkomen te realiseren. Terwijl mensen in loondienst standaard een aantal voorzieningen hebben, moet je als zelfstandige daar zelf voor zorgen. Dat zijn allemaal aandachtspunten bij de financiële APK. De meeste mensen hebben wel een beetje een idee hoe hun financiële situatie er uit ziet. Het is verstandig om af en toe dat eens in kaart te brengen, ook om op tijd te kunnen ingrijpen of voorzieningen te treffen.’

Praktische adviezen

‘Een financiële APK geeft inzicht in je situatie en is een klankbord voor hoe je bepaalde dingen kan aanpakken. Op een aantal punten kunnen er adviezen uitkomen, over je hypotheekrente of hoeveel je opzij zou willen leggen voor je pensioen of de studie van je kinderen. Ik merk dat het vooral een stuk duidelijkheid geeft. De uitdaging voor mij ligt bij het inzichtelijk maken van die materie. Ik werk veel met grafieken, omdat daarmee duidelijk is te laten zien hoe iets werkt. Dat gaat vaak beter dan met veel cijfers.’

Schoenendozen met administratie

‘Ik kom altijd bij de mensen thuis. Stel dat er nog iets moet worden opgezocht, dan kan dat makkelijker als je thuis bent. Maar ook heb ik het idee dat ze het plezierig vinden om alle zaken thuis te bespreken. Op een bankkantoor is een andere sfeer. Een gesprek aan de keukentafel maakt het persoonlijker. Voordat we aan de slag gaan moeten er bepaalde stukken worden aangeleverd. Dus dat dwingt mensen wel om uit hun spreekwoordelijke schoenendoos vol stukken goed te sorteren.’

Jonge auteurs

‘Ik denk ook dat voor jonge schrijvers die aan het begin van hun carrière staan, het goed is om hun financiële situatie op een rijtje te zetten, doelstellingen te formuleren, en te kijken hoe je daar komt. Hoe eerder je begint met kleine bedragen aan de kant te zetten, hoe langer je de tijd hebt een voorziening op te bouwen. Daar heb je later profijt van. Jonge mensen die tegenwoordig een woning willen kopen, moeten bijvoorbeeld veel meer eigen geld inbrengen. Als je weet wat je wil, is het goed om daar al geld voor te reserveren.’

Verrassende resultaten

‘Ik heb wel eens gewerkt met iemand die vlak voor zijn pensionering zat, en die zei, “Ik weet dat ik straks heel veel minder inkomsten krijg, maar zet het nou maar op papier, zodat het inzichtelijk wordt.” Daar komt dan geen positief plaatje uit, maar dat geeft wel goed inzicht in hoeveel er te besteden is. Maar ik kom ook wel eens situaties tegen waar mensen onnodig heel zuinig leven. Zo’n overzicht geeft ze het inzicht dat ze straks veel ruimer kunnen leven dan ze dachten.

Drijfveren

‘Ik probeer om het financiële oerwoud – om het zomaar te noemen – zo eenvoudig mogelijk in kaart te brengen, zodat ze kunnen zeggen, “Dat was eerst ingewikkeld, maar het is nu een stuk duidelijker geworden.” Daar haal ik mijn energie uit. Ik kom uit het bankwezen. Dan heb je klanten uit een hele andere hoek. Het leuke vind ik dat jullie beroepsgroep heel veel verschillende dingen doet. De een schrijft boeken, de ander vertaalt boeken, je hebt radiomakers en documentairemakers. Er is een hele grote variatie. ‘

Lees meer op financieleapk.info.