Nieuws

Vleugels om te vliegen

15 januari 2018

Oorzaak en gevolg, een netelige kwestie, waarbij het vaak mis kan gaan. Je zult niet de eerste of de laatste zijn die de vraag krijgt: ‘Waarom hebben vogels vleugels?’. Je zult zeker ook niet de enige zijn die antwoordt: ‘Om te vliegen.’ Je bent wel een van de weinigen als je vervolgens denkt: ‘Nu draai ik oorzaak en gevolg om’. Velen realiseren zich dit niet. De vraag zelf is al dubieus, maar dat kun je verwachten van kinderen, zeker als je bedenkt dat ook veel volwassenen op deze manier naar hun omgeving kijken. De gedachte erachter is dat er iemand of iets bedacht heeft dat het leuk zou zijn als er vogels zijn. Dat is een normale reactie van ons mensen: dingen gebeuren omdat iemand iets doet of gedaan heeft.

Vogels hebben geen vleugels om te kunnen vliegen, maar ze kunnen vliegen omdat ze vleugels hebben. Oorzaak en gevolg zijn omgedraaid. Het gebeurt vaak in de dagelijkse praktijk van het lesgeven, tussendoor in de les en zelfs in lesmateriaal. Op internet kwam ik tegen: ‘Volwassen amfibieĆ«n hebben longen, jongen (van amfibieĆ«n, red) hebben kieuwen om te ademen. De jongen moeten dus in het water leven terwijl de volwassen dieren ook het land op kunnen.’ Zelfs in de bovenbouw van het vwo kan het fout gaan. In een nieuw biologieboek staat: ‘Door een verandering van leefomgeving evolueerden ledematen van gewervelde dieren: zwemmen werd lopen.’ Een leek leest hier al snel dat bij gewervelden ledematen ontstonden doordat ze zich op het land bevonden. Als vissen op het land komen gaan ze dood en kunnen ze niet eerst nog even ledematen krijgen. Ledematen ontstonden in zee en niet op land.

Wat overigens te denken van een leraar die vertelt dat de plant het zonnetje zo fijn vindt, want dan kan hij veel voedsel maken, of vissen die graag in het water zwemmen. Vaak is er niets mis mee om dieren menselijke eigenschappen toe te dichten, zolang je je er maar bewust van bent. Kinderen zijn dat vaak niet en dan is het later lastig om het weer af te leren. Door onzorgvuldig taalgebruik ontstaan maar al te makkelijk misconcepten, die bijkans onmogelijk zijn af te leren. Als educatief auteur moet je nadenken over oorzaak en gevolg en opletten wanneer je gebruik maakt van antropomorfismen.

Onno Kalverda