Nieuws

Alles over Wikiwijs (4)

15 januari 2018

Het wordt tijd om eens naar de inhoud van Wikiwijs te kijken, naar een voorbeeld van het leermateriaal dat er te vinden is. In een volgende aflevering in deze reeks zal ik heel specifiek gaan kijken naar wat er te vinden aan materiaal over een aantal onderwerpen uit de natuurkunde waar ik zelf als educatief auteur mee bezig ben geweest. In deze aflevering neem ik twee bijdragen onder de loep die in maart-april 2017 werden ingestuurd toen Wikiwijs een wedstrijd had uitgeschreven.

Open Education

Die wedstrijd was uitgeschreven door Kennisnet, het onderwijsplatform waar Wikiwijs al een tijd onder valt, in het kader van de Open Education Week. Van die Week had ik nog nooit gehoord. Er blijkt een website van te zijn (https://www.openeducationweek.org/) en als je daar rondneust, ontdek je dat er een Open Education Consortium (OEC) bestaat waarover van alles te lezen is op de site http://www.oeconsortium.org/. Daar ontdekte ik dan weer dat 2017 het ‘Year of Open’ was (zie www.yearofopen.org) en dat er in april dit jaar in Delft de Open Education Global 2018 Conference wordt gehouden. Er blijkt dus een wereldwijde, al jaren actieve club te zijn op het gebied van ‘open educational resources’ (OER) en ik wist dat tot voor kort nog niet… Tijdens het neuzen op de site van Wikiwijs was ik daar niet achter gekomen.

Wikiwijs is trouwens geen lid van het Consortium, voor zover ik kan overzien. Misschien komt dat doordat de focus bij het Consortium meer buiten het PO en VO lijkt te liggen. Zo is een van de ‘sustaining members’ van het OEC de TU Delft, die bekend staat om zijn pioniersrol op het gebied van MOOC’s (Massive Open Online Courses) en die zijn gericht op het Hoger Onderwijs. De Vlaamse equivalent van Wikiwijs, KlasCement (waarover in een andere aflevering meer), is trouwens wel lid van het OEC.

Winnaar 1: drijven

Terug naar de Wikwijs-wedstrijd. In mei werden de winnaars bekend gemaakt: https://www.wikiwijs.nl/lesmateriaal/winnaars-wedstrijd-open-education-week/ . Die tien winnaars waren gekozen uit alle inzendingen die waren binnengekomen in de periode maart-april. Ik zal twee inzendingen kritisch bekijken. Ik verklap nu alvast dat ik niet zo enthousiast ben over beide en dat ik mede hierdoor het vermoeden heb gekregen dat die tien winnende inzendingen ook (bijna) alle inzendingen uit de genoemde periode waren. Ik wil zeker niet beweren dat deze twee lessenseries op Wikiwijs alles zeggen over de kwaliteit van het leermateriaal dat er te vinden is, maar het maakt in elk geval duidelijk dat er materialen nu te makkelijk op de site komen en dat een extra eindredactieronde nodig is.

Esther van Holland won een cadeaubon met haar bijdrage die ze de nogal ruime titel ‘Natuur en techniek’ had meegegeven. Het blijkt een zogenaamde webquest te zijn en de bedoeling is dat leerlingen de vragen beantwoorden nadat ze tijdens een eerdere les drie proeven hebben gedaan. Om welke doelgroep het precies gaat, dat wordt helaas niet duidelijk. Wat wel duidelijk wordt is, dat Esther moeite heeft met de d’s en de t’s.

Het idee achter deze webquest lijkt te zijn dat leerlingen op basis van bronnen op internet (teksten, filmpjes) gaan begrijpen wat er gebeurde (of had moeten gebeuren…) tijdens de proeven en waarom. De leerlingen wordt niet eerst gevraagd zelf een verklaring te geven voor de verschijnselen die ze hebben gezien en dat vind ik jammer.

Proefje 1 gaat over het verschijnsel dat een laag olie blijft drijven op een laag water. Het Amerikaanse filmpje dat in de webquest getoond wordt, laat de proef duidelijk zien. Het voordeel van het toevoegen van zo’n filmpje kan zijn dat het geheugen van leerlingen wordt opgefrist (misschien deden ze de proef al een week of langer geleden) en ook leerlingen die de proef niet konden doen, weten nu om welk verschijnsel het gaat. Bij deze proef worden drie links naar bronnen op internet gegeven. En dan begint volgens mij de ellende. Allereerst is het de vraag of de leerlingen wel eerst alle drie de bronnen gaan doorlezen en afwegen. In elke bron wordt namelijk het accent op de uitleg van het drijven van olie op water net even anders gelegd. Bij de eerst gaat het vooral over dichtheid, maar de tekst is geschreven door Pabo-studenten zonder natuurkundige achtergrond en hun verhaal wordt veel te wijdlopig en af en toe ook te weinig exact. De tweede bron is een tekstje van een hoogleraar voor kinderen en hij meldt onder meer dat “olie lichter is dan water” waarbij hij het begrip dichtheid mijdt. Ik vermoed dat de docent graag wel een uitleg van de leerlingen verwacht met de term ‘dichtheid’ erin, en het is dan de vraag of de leerlingen zullen volstaan met “olie is lichter dan water” of dat ze ook nog een beetje nadenken over wat met ‘dichtheid’ wordt bedoeld. Bron drie probeert uit te leggen waarom olie niet mengt met water: dat heeft te maken met elektrische lading. Maar bron 2 had een andere verklaring: oliemoleculen blijven graag bij elkaar (wat een nogal vage verklaring is uiteraard) en gaan niet tussen de watermoleculen zitten. Welke van deze twee verklaringen gaan de leerlingen kiezen? Of hebben ze helemaal niet door dat hier twee verschijnselen een rol spelen: drijven en niet-mengen?

Meer algemeen komt dan bij mij de vraag op: gaan deze leerlingen zelf een antwoord formuleren op basis van de bronnen of schrijven ze domweg een paar zinnen uit die bronnen over, zonder dat ze (precies) begrijpen wat er in die zinnen staat? Ik denk dat de maker van de webquest hierin meer sturend moet optreden, of in elk geval zal de docent die deze klas aan het werk zet met de webquest een aantal instructies moeten geven.

Bij de opdracht voor proefje 2 blijkt het filmpje niet meer te werken. Dat is een bekend probleem wat ook uitgevers van schoolboeken nogal eens hoofdbrekens bezorgt: zorgvuldig uitgekozen links in het digitale leermateriaal werken niet meer! De maakster van deze webquest had, zo mogelijk, beter twee ongeveer dezelfde filmpjes moeten tonen. Of zij had elk half jaar eens moeten checken of alles nog werkte… Gelukkig is er nog een bron gegeven bij deze proef waarbij op foto’s te zien is, wat er tijdens de proef had moeten gebeuren. En in deze bron staat ook de verklaring voor het waargenomene. Als ik die verklaring lees, dan klinkt die heel plausibel maar tegelijk vraag ik me af of ik hem zelf had kunnen bedenken. En ik heb toch al heel wat ervaring met natuurkundige proefjes… Ik vrees dat leerlingen hier simpelweg een paar zinnen uit de bron overnemen en dan is de vraag: hebben ze iets geleerd?

Bij proefje 3 werkt het filmpje gelukkig wel en worden twee bronnen gegeven. Als de leerlingen alleen bron 1 gebruiken, wordt hun uitleg vrij simpel en zullen ze geen termen als ‘hydrofoob’ gebruiken. Als ze zich baseren op bron 2, dan kan hun uitleg veel specifieker zijn en komen ze wel een paar vaktermen tegen. Wat verwacht de maker van de webquest hier? Dat weet ik niet maar ook hier had zij meer sturend kunnen optreden. Bijvoorbeeld door te eisen dat die en die termen in de uitleg moet zitten. Of door te eisen dat alle gegeven bronnen gebruikt worden. Of door leerlingen zinnen te laten aanvullen.

Nadat de drie proefjes in de webquest aan bod zijn gekomen, volgt een eindopdracht: maak een presentatie, poster of verslag van wat je allemaal gevonden hebt. Als die allemaal klaar zijn, is er hopelijk nog tijd voor de docent om samen met de klas enige misconcepties te bespreken… Er is geen docentenhandleiding bij dit materiaal.

Winnaar 2: milieu

De tweede inzending die ik bespreek gaat over onderwerpen buiten mijn eigen vakgebied (de natuurkunde) maar ik kijk dit keer niet zozeer naar de inhoud maar vooral naar de opzet van het materiaal. Het betreft een ‘Xpierence [zo staat het er…] Mens en Milieu’ van Marloes Kemna, bedoeld – zo leid ik af uit het bronmateriaal – voor een vmbo-klas. Er is een korte en vrij heldere inleiding. Alleen jammer dat er een tikfout in staat die verwarring kan scheppen: “Met goede keuzes zorgen we voor een stabiel klimaat waarin dieren en planten net uitsterven …”.

Er is een lesplanner waarin duidelijk staat aangegeven wat de leerlingen in de zes lessen gaan doen en wat zij als huiswerk moeten doen (er staat trouwens niet bij hoe lang die lessen geacht worden te duren). Daarna krijgen de leerlingen een te downloaden stuk tekst van zeven pagina’s waarvan er vier de theorie van het thema ‘ecosystemen’ bevatten. Verder is er een inleiding die vrijwel hetzelfde is als de inleiding die al op het scherm verschenen is, een hele lange lijst met leerdoelen en een lijstje met “jenaplan essenties”. Of de leerlingen in die twee lijstjes geïnteresseerd zijn – en of ze dus nuttig zijn – dat vraag ik me af. De opmaak van de theorietekst is zoals die in de meeste schoolboeken. Af en toe is een belangrijk woord blauw gemaakt en er zijn een paar plaatjes. Filmpjes zijn niet opgenomen in de theorie, terwijl dat hier natuurlijk goed mogelijk was geweest.

Dan komen de opdrachten. De leerlingen blijken een debat te moeten voeren. Dat moet volgens de planning al in les 1 gebeuren, nadat de leerlingen alleen nog maar geacht worden de leerdoelen te hebben gelezen. Er zijn maar liefst zeven stellingen waarover gedebatteerd moet worden en elk groepje wordt geacht over elke stelling een mening te hebben gevormd voordat het debat begint. Die mening moet gebaseerd zijn informatie die ze zelf gevonden hebben. Ik neem aan dat daartoe gezocht wordt op internet en dan is de vraag: waar gaat een leerling zoeken als hij bijvoorbeeld iets wil gaan zeggen over deze stelling: “Jongeren kunnen weinig doen om klimaatverandering tegen te houden”? Er wordt trouwens niet gezegd dat sommige groepjes een stelling moeten verdedigen en andere die moeten aanvallen. Dan is het nog maar de vraag of er echt een debat op gang komt… Ik denk ook dat de kwaliteit van het debat afhangt van de hoeveelheid ervaring die de leerlingen al hebben opgedaan met debatteren.

Daarna komt een set van zes opdrachten die als overkoepelende titel hebben: Ontwerp je eigen Utopia-planeet. Bij elke opdracht staat aangegeven hoeveel tijd eraan besteed mag worden. Een deel van de theorie die in het gedownloade bestand stond, komt weer terug tussen de zes opdrachten door; er worden ook een paar links gegeven naar informatie op internet. De leerlingen moeten overigens ook nog een logboek bijhouden en aan het einde moeten ze een verslag gereed hebben met daarin niet alleen hun antwoorden bij de opdrachten maar ook een inleiding, het logboek, een bladzijde reflectie en een lijstje met bronnen. Toe maar. Wat er nu precies in die inleiding en reflectie moet komen te staan, dat staat er niet bij en dat lijkt me hier wel zinvol. Maar het kan zijn dat deze les bedoeld is voor leerlingen die hier al ervaring mee hebben.

Tot slot volgt nog de lijst met beoordelingscriteria en puntentelling die de docent hanteert voor de beoordeling en een ‘test jezelf’ die op de computer ingevuld kan worden (vooral meerkeuzevragen) en die naar de docent gestuurd mag (niet moet) worden en dan nagekeken wordt en voorzien van commentaar wordt teruggegeven aan de leerling. Aan het einde wordt de leerlingen nog gevraagd een kort evaluatieformulier in te vullen over de lessenserie en kunnen de leerlingen nog twee bijlagen bekijken over fotosynthese (leuk filmpje) en voedselkringlopen (alleen een plaatje, geen tekst). Hoe die bijlagen ingezet zouden kunnen worden en wanneer, dat wordt niet uitgelegd. Er zijn ook verder geen instructies voor de docent gegeven.

Fons Alkemade